XVII
eeuwsch Europa was de Alexander-roman, bevattende de geschiedenis van de lotgevallen, die Alexander de Groote naar de latere legende beleefde op zijn tochten ter ontdekking van het levenswater, zeer in aanzien. Daar het vaak gebleken is, dat vele verhalen in de Javaansche en Maleische letterkunde ontleend zijn aan de Perzische en Voor-Indische, zijn we van meening, dat de avonturen van Bima op zoek naar het levens-water een weerspiegeling zijn van Voor-Indisch-Perzische verhalen[1].
Intusschen zij opgemerkt, dat de avonturen, die Bima beleeft bij de opsporing van het levenswater, dat is het hoogste verlossende levensinzicht, een gevolg zijn der groote vereering van den leerling jegens zijn geestelijken leermeester, zooals deze veelvuldig voorkomt in de Javaansche en Voor-Indische verhalen. Op één van zijn tochten ontmoet Bima Déwaroetji in het diepst van de zee. De godheid laat hem in zijn buik kruipen en geeft hem allerlei onderricht. Aan den naam van deze godheid heeft het geschrift dan ook zijn andere benaming te danken. Intusschen willen we er de aandacht op vestigen, dal men dit motief, het kruipen in den buik van de godheid om aldaar het heelal te aanschouwen, terugvindt in het Wana-parwa, een onderdeel van het Mahābhārata.
Voorts dient opgemerkt te worden, dat de avonturen van Bima slechts de omlijsting vormen van een philosophische verhandeling, die gegoten is in den vorm van een samenspraa van god Déwaroetji en Bima. Ook dit procédé om leerrijke betogen in een avontuurlijk verhaal in te vlechten herinnert ons aan het Mahabhãrata. De beroemde Bagawad-gita vormt immers eep onderdeel van dit heldendicht, waarin het als gesprek tuschen Kresna en Ardjoena aan den grooten strijd tusschen de Pandawa's en de Korawa's vooraf gaat.
Een nadere studie van de Bimasoetji heeft ons tot de conclusie geleid, dat dit geschrift evenals de Middel-Javaansche Nawaruci, waar het een zeer vrije bewerking van is, een lijstverhaal is met een Javaansche wereldbeschouwing tot hoofdinhoud. De omlijsting van het verhaal is in lakon-vorm ge-
- ↑ Vergelijk de Inleiding van mijn proefschrift, pg. 8.